Contact gegevens

The Hague Office

Bird & Bird LLP
Zuid-Hollandplein 22
2596 AW Den Haag
The Netherlands

T: +31 (0)70 353 8800
F: +31 (0)70 353 8811
E: [email protected]
W: www.twobirds.com

Concurrentie bij TNF-alfaremmers – Effectieve marktwerking? | 2 min

Concurrentie bij TNF-alfaremmers – Effectieve marktwerking? | 2 min

Introductie
Op 24 september 2019 heeft de ACM haar onderzoeksrapport gepubliceerd over de marktontwikkelingen bij de biologische geneesmiddelen TNF-alfaremmers. Dit rapport is verschenen na een sectoronderzoek. In het sectoronderzoek is in het bijzonder gekeken naar de concurrentie op de markt voor en na toetreding van generieke varianten van het origineel waarvan de patenten zijn verlopen, de zogenoemde biosimilars.

TNF-alfaremmers zijn biologische geneesmiddelen die onder andere worden gebruikt door patiënten met chronische ziekten als reuma, psoriasis en de ziekte van Crohn. In Nederland vormen TNF-alfaremmers de categorie geneesmiddelen met de grootste budgetimpact.

De aanleiding voor het sectoronderzoek waren algemene aanwijzingen dat de concurrentie in de sector suboptimaal werkt. Concreet zag de ACM dat de prijzen van TNF-alfaremmers relatief hoog bleven, ondanks de beschikbaarheid van alternatieven (zgn. biosimilars). Daarnaast constateerde de ACM dat toetreders niet altijd een voet tussen de deur kregen na het aflopen van het patent op de werkzame stof.

In dit artikel worden de hoofdconclusies uit het rapport uitgelicht.

Hoofdconclusies onderzoeksrapport
De ACM concludeert dat verschillende gedragingen en praktijken de marktuitkomsten beïnvloeden.

 TNF-alfaremmers worden veelal chronisch gebruikt, maar bestaande patiënten worden niet zonder medische overwegingen overgezet naar een geneesmiddel met dezelfde medische indicatie maar een andere werkzame stof. Dit heeft negatieve gevolgen voor de ruimte voor (prijs)concurrentie tussen werkzame stoffen. Zelfs de overstap van een merkgeneesmiddel naar een biosimilar met dezelfde werkzame stof vindt voor bestaande patiënten slechts beperkt plaats.

Wel constateert de ACM dat er sprake is van geleidelijk toenemende prijsconcurrentie tussen biosimilars. Deze toenemende concurrentie is het gevolg van nieuwe medische consensus over de mogelijkheid om bestaande patiënten te kunnen switchen van een originator naar een biosimilar van dezelfde werkzame stof.

Bij het overzetten van een patiënt naar een ander middel met subcutane toediening (lees: injecties door de patiënt zelf) zijn er overstapkosten betrokken, ook indien de werkzame stof dezelfde is. Een patiënt moet namelijk voorgelicht worden en wennen aan een andere prikpen. Daarom behaalt een ziekenhuis doorgaans geen volledige overstap van 100% van de populatie naar een biosimilar. Daarnaast hanteren originators – fabrikanten van het oorspronkelijke merkgeneesmiddel – veelal kortingen naar grootte van de patiëntenpopulatie van een ziekenhuis. Bij de overstap naar een ander middel, betaalt het ziekenhuis een hogere prijs voor de populatie die de overstap niet kan of wil maken. Dit heeft gevolgen voor de financiële aantrekkelijkheid van de overstap naar een biosimilar.

Lessons learned en vervolgstappen
Het sectoronderzoek biedt algemene lessen voor de marktdynamiek bij biologische geneesmiddelen en de introductie van biosimilars, die onder het ziekenhuisbudget vallen. Ook laat de ACM de mogelijkheid open om in concrete zaken de gegevens uit het sectoronderzoek te gebruiken als input. Daarnaast, ziet de ACM voor alle betrokken partijen (ziekenhuizen, zorgverzekeraars, de wetgever en zichzelf) een rol weggelegd om de concurrentie tussen biologische intramurale geneesmiddelen te versterken.

Ziekenhuizen kunnen, volgens de ACM, bijdragen aan een gelijker speelveld door het creëren van een tenderproces met eerlijke kansen voor aanbieders en een gedragen voorkeursbeleid bij medische gelijkwaardigheid van verschillende werkzame stoffen met oog voor de effecten op de lange termijn. Zorgverzekeraars kunnen een rol spelen door (tijdelijke) compensatie te bieden van het first mover advantage van de originator en door doelmatige inkoop en gebruik van geneesmiddelen op andere wijze te stimuleren. De ACM beveelt de wetgever aan om de prijsregulering aan te passen om het risico van uitsluiting van biosimilars ten gevolge van voorwaardelijke kortingen te verkleinen. Zelf is de ACM bezig met de evaluatie van haar ‘Leidraad gezamenlijke inkoop geneesmiddelen voor de medisch specialistische zorg’ en heeft zij aandacht voor praktijken met een mogelijk uitsluitingseffect. Effectieve marktwerking en mededinging moet, volgens de ACM, bereikt worden in het samenspel van deze verschillende marktpartijen.